Meetbaarheid van circulariteit

Afstudeerders Jelle en Michel hebben een afstudeeronderzoek uitgevoerd naar de meetbaarheid van circulariteit met de focus op fiets- en voetgangersbruggen. In dit artikel delen zij hun bevindingen.

De aanleiding van het onderzoek is gevormd door de vraag naar circulaire oplossingen binnen de GWW-sector. De aanleiding voor deze vraag is gelegen in de door de overheid geïnitieerde campagne “Nederland circulair in 2050”, die als doel heeft om in 2050 een volledige circulaire economie te realiseren binnen Nederland. Echter is het probleem dat bedrijven tot op heden vaak kiezen voor de traditionele bouwmaterialen en standaard bouwtechnieken, aangezien deze in de huidige markt financieel aantrekkelijker zijn en de te gebruiken materialen nog niet als schaars worden beschouwd. Gedurende het onderzoek is er door de afstudeerders besloten om zich te focussen op het vinden van een meetmethodiek voor het beoordelen van circulariteit en het opstellen van circulaire constructieve ontwerpen in de materialen beton, hout en staal voor een aangereikte casus. Deze casus bestaat uit een fiets- en voetgangersbrug met een overspanning van 35 meter.

Het afstudeerproces

Het afstudeeronderzoek is gestart met een onderzoek naar de definitie van circulariteit en hoe dat binnen dit onderzoek wordt geïntegreerd. Om een beeld te krijgen van de actuele circulaire ontwikkelingen in de GWW-sector zijn een viertal circulaire projecten uit de GWW-sector geanalyseerd. Daarna is er een onderzoek uitgevoerd naar de beschikbare meetmethodieken voor het meten van de circulariteit van een product en/of proces. Met behulp van een multicriteria-analyse is vastgesteld, dat de Brugcirculariteitsindicator (BCI) in combinatie met DuboCalc de meest passende circulaire meetmethodiek voor het meten van de circulariteit van een voetgangersbrug is. Onderstaand is een afbeelding van de indicatoren van de BCI weergegeven.

Op basis van de kennis van het uitgevoerde onderzoek zijn er door middel van een ontwerponderzoek en aangereikte casus een drietal circulaire constructieve ontwerpen opgesteld in de materialen beton, hout en staal. Voor het materiaal beton is (globaal) getoetst of de brugdekconstructie van het circulair viaduct van Rijkswaterstaat kan worden toegepast op de locatie van de casus. De conclusie uit deze toetsing is dat dit toepasbaar is. Door middel van een variantenonderzoek en twee multicriteria-analyses is voor de materialen hout en staal de meest passende (circulaire) constructie bepaald.

Het laatste onderdeel van het onderzoek is het controleren van de circulaire meetmethodiek. Dit is uitgevoerd door de opgestelde circulaire constructieve ontwerpen uit dit onderzoek en het origineel ontwerp van de casus in te voeren in de BCI en DuboCalc. Er is geconstateerd dat de meetmethodiek een realistisch beeld geeft van de circulariteit per ontwerp. Daarnaast is in dit onderzoek aangetoond dat met traditionele materialen circulaire constructieve ontwerpen kunnen worden opgesteld.

De resultaten

In grote lijnen zijn er twee resultaten opgeleverd, namelijk een meetmethodiek voor het meten van de circulariteit van een fiets- en voetgangersbrug én circulaire constructieve ontwerpen in de traditionele bouwmaterialen beton, hout en staal. Zijde resultaten zijn in een scriptie verwerkt met een bijbehorende bijlagenbundel.

Het leerproces

Voor ons was circulariteit in het begin van het onderzoek een onbekend begrip. Door in de theorie van circulariteit te duiken en met experts uit het werkveld te communiceren, is de interesse in circulariteit voor ons beide gegroeid. We hebben geleerd dat met relatief kleine wijzigingen een constructie circulairder kan worden gemaakt. Daarnaast hebben wij geleerd hoe de circulariteit van een constructie moet worden gemeten.